2013-08-04-Madeleine-Peyroux1

De zoektocht van Madeleine Peyroux

Op 16 september brengt de Amerikaanse jazz-zangeres Madeleine Peyroux haar nieuwe album
‘Secular Hymns’ uit. Precies tien jaar geleden verscheen Half The Perfect World, haar derde album. Bij die gelegenheid sprak ik haar voor Jazzism, voorafgaand aan haar optreden op North Sea Jazz festival. Het is niet gemakkelijk om jazz- en blueszangeres Madeleine Peyroux te pakken te krijgen. De zangeres verdween al eens jarenlang tussen haar debuutalbum Dreamland (1996) en Careless Love (2004), en ook vorig jaar was ze spoorloos. Haar platenmaatschappij huurde zelfs eens een privé-detective in om haar te vinden. Gelukkig is dat niet nodig wanneer ik haar bel naar aanleiding van haar nieuwe, in september te verschijnen album Half The Perfect World en haar aanstaande optreden op North Sea Jazz. Ze praat graag, springt regelmatig van de hak op de tak en is niet altijd even duidelijk. Verder laat ze regelmatig stiltes vallen wanneer ze een vraag krijgt voorgelegd en denkt lang na, zoekend naar woorden. Alsof ze wil zeggen: alle antwoorden zitten in de nummers die ik zing, luister daar naar en je begrijpt wat ik bedoel.

Twee maanden voor Madeleine Peyroux op het North Sea Jazz festival zal schitteren, is ze nog druk aan het werk in de opnamestudio. De Amerikaanse zangeres met de rokerige, hese stem legt daar de laatste hand aan haar derde album, dat in september uit komt. Het is opnieuw een album met door Peyroux gezongen jazz- en bluescovers, net als op voorgangers Dreamland en Careless Love. Deze keer staan er echter vier eigen composities op het album. Producer Larry Klein (o.a. Joni Mitchell) en songschrijver Jesse Harris (o.a. Norah Jones), die haar ook op het vorige album terzijde stonden, helpen haar wederom. Een keuze waar ze erg blij mee is, zo vertelt ze vanuit de studio in Venice, Californië. ‘Op Careless Love hebben we samen een nummer geschreven [Don’t Wait Too Long], en we dachten dat het een goed idee zou zijn om dat opnieuw te doen. Ik heb altijd de behoefte gehad om eigen songs te schrijven, maar ik had er altijd een haat/liefde verhouding mee. Ik wilde het benaderen als coveren van mijn eigen materiaal, net zoals ik andermans songs cover. Het is moeilijker om mijn eigen songs te coveren, ik wilde ze meer laten groeien. Deze keer heb ik meer tijd genomen om dat te doen en ben ik vroeger naar Californië gekomen om met Jesse en Larry te werken. We hebben toen drie nummers geschreven en opgenomen, en met Larry en Walter Becker van Steely Dan heb ik ook nog een song geschreven. We zijn er nog mee bezig, het is erg spannend. Het is meer een ontdekking wanneer niemand de song nog heeft gehoord en je het zelf ook voor het eerst hoort.’

Haar nieuwe album
Op het nog ongetitelde album probeert Peyroux zich meer te ontwikkelen als artiest. Zette ze op Careless Love de eerste stap met het zelfgeschreven nummer Don’t Wait Too Long en covers van meer popgerichte singer-songwriters als Bob Dylan en Elliott Smith, op haar derde album gaat ze nog een stapje verder. Niet alleen door met vier zelfgeschreven songs aan te komen, maar ook in de keuze van de songs die ze covert. Ze is niet bang om risico’s te nemen en weet dat als ze liedjes van de grote songschrijvers der aarde covert, ze het ook goed moet doen. ‘Mijn doel is om te blijven uitrekken, te proberen songs te coveren waarvan ik denk dat ik ze niet kan coveren’, zegt ze. ‘Het doel is om iets te zingen dat eerst niet natuurlijk lijkt, qua techniek of qua stijl, maar dat wel een gevoel met zich meedraagt dat ik als levend wezen kan begrijpen. Dat betekent dat het een song is die ik moet proberen. Ik denk dan ook dat dit album een groter pallet van verschillende songs heeft dan de vorige. We coveren nu bijvoorbeeld ook nummers die eerder bekend zijn geweest, zoals Everybody’s Talking van Fred Neil. Het nummer heeft een jagende melodielijn waar ik al lange tijd van hield, dus dat was erg leuk om te doen. En Larry kwam met vier of vijf nieuwe Leonard Cohen songs aanzetten, waar we er uiteindelijk twee van hebben opgenomen. Ze zijn erg mooi en zijn samen geschreven met zijn vrouw Anjani Thomas. Zij is een zangeres en heeft ze opgenomen. Wat anders is aan deze songs is dat ze niet door Leonard zijn opgenomen, en hoewel sommige zijn geschreven vanuit een mannelijk perspectief is er een ambiguïteit van het vertellersperspectief. Ik vind het leuk dat Anjani ze ook covert omdat een zangeres die dit soort songs zingt er een tijdloze draai aan kan geven. Dat vind ik een mooi aspect. Verder hebben we ook nog een oude hit van Frank Sinatra, Summer Wind, en een nummer van Charlie Chaplin, Smile. Het is al door veel mensen gecoverd en we luisterden naar wat van die versies, zoals die van Nat King Cole. We vroegen ons af: hoe kunnen we dit nog coveren? Het is al zó goed gedaan! Maar er is ook een andere stem die zegt dat je dit moet doen, zoals een kind dat aan je rokken hangt en constant je aandacht probeert te trekken. Het nummer was onder mijn huid gekropen. Dus moest ik het doen, hoewel ik niet het idee had dat er een manier was waarop het beter zou kunnen worden gedaan dan de al bestaande versies. Maar ik hield er zoveel van dat het me niet meer uitmaakte. Het nummer representeert voor mij de hele houding tegenover het leven.’

madeleine-d70cccbfec138c525d39df7fd9ca1fca7a8b3e17-s900-c85Covers
De wijze waarop ze tegen Nat King Cole’s versie van Smile aankijkt is een gezonde. Het draait niet om haar als zangers of haar versie, maar om de song zelf. Madeleine, na een pauze: ‘Ik denk niet dat het noodzakelijk is om te denken dat je een cover beter kan doen dan het origineel, zeker niet wanneer je praat over het soort artiesten dat ik cover. Ik cover mijn idolen, dus het is nooit de vraag of ik het beter kan doen. Het is meer een kwestie van anders doen, dat is heel belangrijk. Bovendien wil het niet zeggen dat een song die ik leuk vind ik het ook kan coveren en het eer aan kan doen. Dat is de taak van degene die het covert, om de zanger en de song eer aan te doen. Dus probeer ik het voorbeeld van Ella Fitzgerald en Bessie Smith te volgen. Zij zetten de songs naar hun hand en maakten er hun eigen nummers van. De song gaat dan meer een eigen leven leiden. Dat is een onderdeel van het doel en een deel van de reden waarom ik andermans songs cover en niet meer eigen nummers speel. Het is goed materiaal en door het te coveren gaat het meer een eigen leven leiden. Daar draait het om.’

“Muziek geeft ons de mogelijkheid om te luisteren

naar de stille plekken in je hart en in je bewustzijn”

Nobele plicht
Voor Madeleine is het een soort nobele plicht om de songs nieuw leven in te blazen. ‘Als er een goede song is en je kan het zingen, moet je het doen’ zegt ze. ‘Muziek geeft ons de mogelijkheid om onszelf uit te drukken, wat we echt voelen, speciaal wanneer we niet precies weten hoe we onze gevoelens om kunnen zetten in woorden. Er zijn gevoelens die zo complex zijn dat een kunstvorm die het bespreekbaar maakt ons in leven houdt. De mogelijkheid om je uit te kunnen drukken is een overlevingstechniek, het houdt mij in leven. Het is een manier om te zeggen: ‘ik wil over het gevoel van verlies praten, maar op zo’n manier dat andere mensen het kunnen begrijpen’. Er is altijd de mogelijkheid om via een song te zeggen wat je echt wilt zeggen, zelfs als een coverartiest. De songs zijn er tenslotte. Zelf een liedje schrijven geeft me de mogelijkheid om datgene te zeggen waarvan ik denk dat het nog niet eerder is gezegd. Maar normaal gesproken is alles al eens eerder gezegd. Dat is dus moeilijk, maar het is een mooie gelegenheid om zaken die al gezegd zijn op een andere manier te zeggen. Het heeft veel te maken met essentiële communicatie, ik denk dat kunst ons beschaafd houdt. Muziek geeft ons de mogelijkheid om te luisteren naar de stille plekken in je hart en in je bewustzijn. In muziek kan je zaken naar buiten laten komen die er niet altijd in woorden zijn.‘

k.d. Lang
Op haar nieuwe album zingt Peyroux ook een duet. De Canadese singer-songwriter k.d. Lang heeft de eer. Madeleine is erg trots op de samenwerking, die resulteerde in het nummer River van Joni Mitchells album Blue. Madeleine vertelt: ‘Het was erg spannend, want ik wist niet of ze kon en wilde. Maar ze vond mijn laatste plaat erg mooi en ze was toch in LA, dus wilde ze het doen. Dat was helemaal te gek. Toen zijn we gaan zoeken naar een nummer waar we een duet mee konden doen. Larry kwam met een song van Joni Mitchell aanzetten, River. Ik geloof dat het eerder gecoverd is, maar het is een nieuwe benadering doordat we het met twee verschillende stemmen doen. Je hebt nu twee kanten aan het nummer. En k.d. is heel erg goed in het coveren van Joni Mitchell, ik heb haar Mitchell nummers horen zingen [k.d. lang heeft twee Joni Mitchell covers gedaan op het album Hymns of the 49th Parallel, JvV] dus het voelde voor haar heel natuurlijk om een Mitchell track te doen. Het was prachtig om met haar een duet te doen en haar van zo dichtbij te horen zingen.’

MPMadeleine in Nederland
Met de samenwerking met een andere bekende zangeres lijkt ze zich vereenzelvigd te hebben met de status die ze intussen zelf ook heeft, sinds ze van Dreamland meer dan 200.000 platen verkocht en overal ter wereld met open armen werd ontvangen. Ze was een van de hoogtepunten van het North Sea Jazz Festival in 1997 en een gouden toekomst lag in het verschiet. Een toekomstbeeld waar ze zelf nog even aan moest wennen. Maar ze heeft wel meer vreemde wendingen in haar leven meegemaakt, sinds ze in Athens, Georgia als dochter van een Amerikaanse vader en een Franse moeder werd geboren. Ze groeit op in Californië en New York City. Wanneer haar ouders scheiden verhuist ze met haar moeder mee naar Parijs. In die stad ontdekt ze de muziek wanneer ze in het swingende Quartier Latin een aantal straatmuzikanten aan het werk ziet. Ze is pas vijftien wanneer ze besluit te gaan zingen en al snel sluit ze zich aan bij de straatmuzikanten van de Riverboat Shufflers. Voordat ze begint te zingen gaat ze met de pet in de hand rond bij het publiek. Een jaar later sluit ze zich als enige vrouw aan bij de Lost Wandering Blues And Jazz Band, waar ze twee jaar lang kriskras mee door Europa tourt en waarmee ze ook gespot wordt door een A&R manager die haar tekent. Nummers van onder andere Billie Holiday, Bessie Smith en Ella Fitzgerald staan op het repertoire van de band. Die songs zullen later de basis vormen van haar debuutalbum Dreamland. Met veel plezier kijkt ze terug naar haar tijd bij het gezelschap van straatmuzikanten, waar ook de Nederlandse jazz- en bluesgitarist Cris Monen een tijd lang onderdeel van uitmaakte. ‘Het is fantastisch om te zien hoe het spelen op straat me heeft gevormd als een performer, daar ben ik erg dankbaar voor. Met name in Nederland, in het begin. Een van de eerste keren dat ik op straat speelde was in Amsterdam. Ik kan me nog herinneren dat de band wilde dat ik bepaalde nummers zou zingen die ik niet wilde doen, of dat ze in hun tempo wilden spelen in plaats van in het mijne [lacht]. Ik weet nog dat ik Cris Monen, die toen gitarist en bandleider was, ontmoette. Ze vroegen me of ik met ze wilde spelen. ‘Ja natuurlijk wil ik bij de band komen zingen’, zei ik. Toen vroeg hij welke liedjes ik kende. ‘Ik ken heel veel songs’, blufte ik. ‘Nou, hier heb je een pen en een stukje papier, schrijf maar op welke nummers je kent’, antwoordde hij. ‘En ik dacht oh oh, zoveel nummers ken ik niet. Ik kan er niet meer dan drie bedenken!’ Dat was eigenlijk het begin van ons als band. De bandleden waren zo goed voor me! We luisterden naar zoveel muziek, van Bessie Smith, Louis Armstrong, Fats Waller. Zoveel geweldige Amerikaanse muziek klonken er door Cris’ appartement in Hilversum, waar hij toen nog aan het conservatorium studeerde.
‘We namen toen platen op met een cassetterecorder door een microfoon bij de pick-up te houden, zodat we het bandje in de auto konden luisteren en de song onderweg konden instuderen. Als er dan iemand de kamer binnenkwam en begon te praten was het altijd van ‘Shhhtt! We zijn aan het opnemen!’[lacht] Het was een geweldige tijd. Als we in Nederland waren was het net alsof je in een andere wereld was, de waardering voor jazzmuziek was overweldigend. Ik als jonge meid uit Amerika kende de muziek van thuis, maar de meeste mensen die ik kende uit New York kenden de muziek niet of gaven het niet zoveel aandacht. Ik heb me altijd afgevraagd waarom er hier wel zo’n belangstelling voor was. Het is interessant hoe Europeanen jazz benaderen. Misschien herkennen ze dat er iets erg moderns in zit, het heeft een moderne 20e eeuwse identiteit. Het is een mooie kunstvorm. Tegelijkertijd is het geworteld in klassieke Europese muziek en harmonieën. Misschien dat Europeanen beseffen dat het hen voor een deel toebehoort, net zoals het ook Amerikanen toebehoort. Ik denk dat jullie Nederlanders in staat zijn om iets dat origineel is te omarmen.’

“Het leidde geen twijfel dat ik een zangeres wilde zijn”

Loslaten
Nederland sloot Peyroux dan ook snel in de armen naar de release van Dreamland en haar optreden op North Sea Jazz in 1997. Toch zou het tot 2004 duren voordat we weer van haar zouden vernemen. Mede dankzij de samenwerking met Larry Klein en Jesse Harris lijkt ze de weg terug te hebben gevonden en een nieuwe levensfase te zijn ingegaan. Na het succes van Dreamland had de zangeres even tijd nodig om tot zichzelf te komen en haar nieuwe leven onder ogen te kunnen komen. Legt uit: ‘Het leidde geen twijfel dat ik een zangeres wilde zijn, maar na Dreamland waren er wel wat vragen in mijn hoofd over hoe ik het ging doen. Bovendien kreeg ik problemen met mij stem, ik ben drie jaar bezig geweest om mijn zangstem terug te krijgen. Verder had ik moeilijkheden met de platenmaatschappij, met planningen en hoe bepaalde zaken uitpakten. Ze begrepen niet wat ik wilde bereiken als muzikant. Wellicht moest ik wat volwassener worden, maar ik geraakte op een punt waar ik realiseerde dat ik meer tijd nodig had om naar mezelf en mijn muziek te kijken. Het is me tenslotte heel dierbaar. Ik moest bepalen wat het voor mij inhield om een zangeres te zijn. Ik wil het beste brengen dat ik kan. Soms houdt hetgeen wat het meest voor je betekent in dat je moet andere zaken moet loslaten om verder te komen. De houding van een straatmuzikant is een erg mooie, geïdealiseerde die heel veel schoonheid in de wereld creërt. Het is zo een krachtig gegeven om ergens ter wereld te zijn en die internationale connectie te voelen met een straatmuzikant. Er zit een erg mooie kant aan dat leven en dat moest ik gedeeltelijk loslaten om een artiest te kunnen worden en het leven te leiden dat ik nu leef.’

Dit interview verscheen eerder in Jazzism magazine.